Veel Amsterdammers waren getuige van de eerste grote razzia’s op joden op 22 en 23 februari 1941. Het maakte diepe indruk. Havenarbeiders en gemeentearbeiders besloten hun verontwaardiging te tonen door een proteststaking. Ze riepen alle Amsterdammers in pamfletten op om het werk neer te leggen. Er werd massaal gehoor aan gegeven: op 25 februari 1941 reden de trams niet uit en bleven talloze bedrijven, winkels en scholen dicht. In optochten trokken de stakers door de stad.
De tweede dag traden de Duitsers hard op. Negen stakers werden gedood, veel gemeentearbeiders werden ontslagen, burgemeester de Vlugt werd vervangen door de pro-Duitse Voûte en de stad kreeg een boete van 15 miljoen gulden.
Standbeeld de Dokwerker gedenkt de Februaristaking uit 1941. Het was de enige uiting van massaal protest tegen de Jodenvervolging in Europa. Toch voorkwam de staking niet dat in 1942 en ‘43 60.000 Amsterdamse joden werden gedeporteerd. Het trampersoneel dat had gestaakt durfde niet meer te protesteren en reed de joden naar het station.
Afbeelding 1: De jaarlijkse herdenking van de Februaristaking
Afbeelding 2: Razzia op het Jonas Daniël Meijerplein



