Slaapliedje van de ontvoerde mw. Jawitri Khoemani (India 1898-1914; Suriname 1914-1964)
Mijn allerliefste man, wij zijn in handen van bandieten gevallen.
Ze hebben ons in de verkeerde trein gelokt en hebben ons verkocht in Calcutta.
Wij zijn op een schip over de oceaan in de hel terecht gekomen,
En nog eens verkocht aan blanken met een vreemde taal in een vreemd land, Sri Ram.
Ik ben tot slaaf gemaakt en werk in de jungle met gevaarlijke slangen, ongedierte en dodelijke muggen.
Gendaram is van mij afgepakt en niemand weet waar hij is.
Aan de vogels, vlinders, vuurvliegjes en andere dieren heb ik gevraagd om mijn baby te helpen zoeken.
Ik mis jou en de baby heel erg. Negen maanden was hij in mijn buik, negen maanden in mijn armen, en nu is hij verdwenen.
Vergeef mij, vergeef mij.
Die witte op z’n paard heeft ook mijn waterkruik stuk geschoten met z’n geweer.
Mijn zorgeloze leven is voorbij. Maak geen ruzie met mijn familie en over mijn bruidsschat, ik smeek je.
Elke minuut van de dag en de nacht en elke hartslag laat mij herinneren aan jullie.
Hopelijk zien wij elkaar in ons volgende leven.
Ontvang mijn boodschap en liefde via de maan.
De ster schittert elke avond. De maan komt en gaat.
De wereld is rond. De maan komt eerst bij jou en dan bij mij. Ik vertel alles aan de maan.
Onze liefde is onuitputtelijk, dit komt uit mijn hart.
M. Rasoelbaks (Haarlem)



